donderdag 17 november 2016

Waarom een belastingvoordeel op herstellingen goed kan zijn voor het milieu, onze economie en de integratie van vluchtelingen

Enkele dagen geleden opende ik mijn koelkast om mezelf een stevig ontbijt te fiksen. Tot mijn ontzetting moest ik vaststellen dat het ding ’s nachts de geest had gegeven.

Pierre Harkay is econoom en lid van de vrijdaggroep. Dit artikel verscheen ook op Knack.be op 18 november 2016

4838764936_38342f89a5_b.jpg Enkele dagen geleden opende ik mijn koelkast om mezelf een stevig ontbijt te fiksen. Tot mijn ontzetting moest ik vaststellen dat het ding ’s nachts de geest had gegeven. Mijn koelkast was echter net twee lentes oud en helaas, de Europese wettelijke garantietermijn loopt al na twee jaar af. Vanaf dat moment zijn bedrijven niet meer verplicht om hun defecte producten om te ruilen of terug te betalen. Ingebouwde sleet of niet, apparaten die niet lang meegaan dwingen de consument om nieuwe spullen te kopen, want in heel wat gevallen is herstellen niet mogelijk of te duur.

In 2015 werden in België 111.356 ton afgedankte elektrische toestellen ingezameld, wat neerkomt op gemiddeld 10 kg per inwoner. Dit cijfer houdt geen rekening met het afval dat ‘buiten het circuit’ belandt en via alternatieve, minder gecontroleerde kanalen naar ontwikkelingslanden wordt geëxporteerd of eenvoudigweg in de natuur of op straat terechtkomt. Volgens Interpol vertegenwoordigt de hoeveelheid afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) die niet wordt gerecycleerd, een jaarlijks verlies van 800 miljoen à 1,7 miljard euro voor de recyclagebedrijven in Europa.

Op Europees niveau behoren de AEEA tot de sterkste groeiers: hun volume neemt jaarlijks met 3 tot 5 % toe. Volgens Eurostat steeg de hoeveelheid afval afkomstig van grote huishoudtoestellen in België tussen 2005 en 2014 met maar liefst 73 %. Het afval afkomstig van informatica- en telecommunicatiemateriaal steeg in die periode met 72 %. Dat het bijna helemaal wordt gerecycleerd, verandert niets aan het feit dat de energie die nodig is om deze apparaten te produceren, op het einde van hun levensduur in te zamelen en vervolgens te verwerken, een negatieve impact heeft op het milieu en het klimaat.

Zouden we, nu de 22e klimaattop (COP22) in Marrakesh afloopt, onze uitstoot van broeikasgassen (BKG) niet simpelweg kunnen verminderen door onze gebruiksvoorwerpen minder snel te vervangen? De productie van een 32-inch flatscreen-tv leidt bijvoorbeeld tot de uitstoot van 1,2 ton CO2-equivalent, wat overeenkomt met ongeveer 13 % van de gemiddelde jaarlijkse CO2-emissie van een Belg.

De Zweedse minister van Financiën en Consumptie heeft dit heel goed begrepen. Gebruikmakend van het momentum dat sinds het Akkoord van Parijs is ontstaan op het vlak van klimaatproblemen, legde Per Bolund twee innoverende milieuvoorstellen op tafel. Hij stelt voor om tegen januari 2017 de btw op de herstelling van heel wat dagdagelijkse voorwerpen te verlagen van 25 % naar 12 % (herstelling van schoenen, kleding, lederen voorwerpen, fietsen…). Vervolgens wil hij voor de consumenten die hun elektrische huishoudtoestellen laten herstellen, de helft van de kostprijs van de werkuren fiscaal aftrekbaar maken.

Deze maatregelen zullen volgens de Zweedse regering de volgende resultaten opleveren: (i) een vermindering van het afvalvolume (en dus van de BKG-emissies), (ii) een grotere vraag naar weinig gediplomeerde maar technisch zeer vaardige werkkrachten, en (iii) een boost voor het segment van de betere kwaliteitsproducten die over het algemeen een langere levensduur hebben. Voor wat het effect op de werkgelegenheid betreft, verwacht Zweden dat op deze manier de deuren van de arbeidsmarkt worden geopend voor heel wat vluchtelingen die zich in onze samenleving proberen te integreren. De twee maatregelen zouden een slordige 75 miljoen euro kosten (Zweden heeft met zijn 10 miljoen inwoners een bevolking die vergelijkbaar is met die van België) en zullen worden gefinancierd met hogere taksen op niet of moeilijk te recycleren en/of te herstellen materialen.

En hoe zit het in België? Volgens een recente peiling van Futuromètre meent 91 % van de ondervraagden dat we het systeem moeten veranderen en onze levenswijze moeten aanpassen ‘om uit de milieucrisis te geraken’. Dit en het Zweedse voorbeeld zijn een krachtig signaal die onze Zweedse coalitie op weg zouden kunnen (moeten?) zetten naar ambitieuzere milieumaatregelen. Een fiscaal beleid dat de burger aanmoedigt om defecte of beschadigde producten – elektrische huishoudtoestellen of andere voorwerpen – te laten herstellen, kan ons aanzetten tot meer duurzaamheid, net nu we verandering eisen. Om de burgers te sensibiliseren en beter te informeren, zou een grootscheepse communicatiecampagne over de problematiek van de AEEA (affiches in de metro, tv-spotjes, info via sociale netwerken, op school…) eveneens een belangrijke positieve impact kunnen hebben.

En hoe het nog afliep met mijn koelkast? Na ettelijke telefoontjes met de serviceafdeling van de verdeler en verscheidene pogingen om het toestel te herstellen, is het verdict helaas gevallen: enkele reis naar het containerpark!