donderdag 08 december 2016

Hoe een olifant de populistische golf helpt verklaren

Na de brexit in juni en de verkiezing van Donald Trump wedijverden economische en politieke commentatoren met elkaar in creativiteit bij het zoeken naar verklaringen voor dit stemgedrag.

Jean-Pierre Hansen en Thomas Dermine zijn respectievelijk lid van de Koninkrijke Academie van België en de Vrijdaggroep. Eveneens verschenen op knack.be op 9 december 2016.

Na de brexit in juni en de verkiezing van Donald Trump wedijverden economische en politieke commentatoren met elkaar in creativiteit bij het zoeken naar verklaringen voor dit stemgedrag. Het feit dat ze geen van beide overwinningen hadden zien aankomen, lijkt hun verbeeldingskracht alleen maar te versterken.

In 2012 publiceerde Branko Milanovic, een economist van de Wereldbank, een originele analyse die wel door specialisten werd opgepikt maar nooit de fenomenale roem van Piketty’s boek uit 2013 verwierf waarmee het grote publiek werd gesensibiliseerd over ‘ongelijkheden’. Jammer, want de inzichten van de professor van de City University of New York hadden ons misschien kunnen helpen om deze verbijsterende stembusuitslagen te voorzien, of toch om ze niet als onwaarschijnlijk te beschouwen.

Een eenvoudige curve illustreert de redenering van Milanovic perfect. Deze zogenaamde ‘olifantgrafiek’ – zo genoemd wegens zijn profiel, niet als verwijzing naar de mascotte van de Republikeinse Partij – bestaat uit een verticale as waarop de evolutie van de reële inkomsten tussen 1988 en 2008 wordt aangegeven, en een horizontale as waarop alle aardbewoners volgens inkomen gerangschikt staan. De schaal loopt van 0 tot 100 en gaat dus van de allerarmste Sahel-bewoner (waarde 0) tot pakweg Bill Gates (waarschijnlijk waarde 100). De curve dankt haar succes aan het feit dat ze op een heel simpele manier de gevolgen van de globalisering in de voorbije twintig jaar toont. Wat zien we?

Elephant.png

  • De globalisering heeft de allerarmsten in de kou laten staan: voor de 5 à 10% allerarmsten op onze planeet – voornamelijk in Afrika (de staart van de olifant, links op de grafiek) – is de reële inkomensgroei in de beschouwde periode zeer beperkt of zelfs onbestaande;
  • De globalisering bezorgde bijna de helft van de wereldbevolking een fenomenale inkomensgroei: de bevolking in de landen met een opkomende economie – voornamelijk in Azië (de rug van de olifant, in het midden van de grafiek) – zag haar reële inkomen gemiddeld met meer dan 60% stijgen;
  • De ‘middenklasse’ in de westerse landen (Europa en de Verenigde Staten) kreeg klappen: in deze landen haalde de bevolking (tussen percentiel 75 en 85) geen voordeel uit de globalisering en de inkomens stagneerden er of daalden zelfs;
  • Een ‘wereldwijde elite’ (de top 5%) werd heel wat beter van de globalisering: in de ontwikkelde landen kon zij profiteren van de opportuniteiten die zich aandienden om haar reële inkomen met 40 tot 60% te doen stijgen (het topje van de slurf, rechts op de grafiek).

Deze tekening helpt met andere woorden een degout van globalisering verklaren en bijgevolg Trump’s overwinning en de Brexit. De globalisering komt naast de bevolking in de landen met een opkomende economie ook de westerse elites ten goede, maar levert de Europese en Noord-Amerikaanse middenklasse weinig of niets op, of toch veel minder. Deze middenklasse voelt zich onder de voet gelopen in een wereld die alles bij elkaar welvarend(er) is maar waarin haar eigen economisch gewicht afneemt en haar status erop achteruitgaat (de beruchte ‘sociale neergang’).

Wanneer we dit hele proces afstandelijk en rationeel bekijken, en een verbetering van de welvaart van alle mensen overal ter wereld even belangrijk vinden, dan is de globalisering een succesverhaal: de winst die in Azië wordt geboekt, is veel groter dan het relatieve verlies in het Westen. Het zou echter politieke zelfmoord zijn – en bovendien moreel verwerpelijk zoals Milanovic zelf opmerkte – om “aan een arbeider in Detroit (nvdr: of in Luik, Charleroi of Genk) die net ontslagen is, te gaan vertellen dat hij eigenlijk niet hoort te klagen over de globalisering en dat hij daarentegen blij moet zijn voor de 600 miljoen Chinezen die niet langer in armoede leven.”

Net als het geval is bij alle algemene economische analyses die met een supereenvoudige indicator kunnen worden samengevat – waaraan ze overigens hun bekendheid danken –, was ook de olifant van Milanovic het voorwerp van verhitte discussies. Zo hertekende een Britse denktank het dier rekening houdend met de dynamiek waarmee bevolkingsgroepen mettertijd tussen de percentielen op de horizontale as evolueren. Na deze correctie bleken de inkomens van de middenklasse in de ontwikkelde landen toch te zijn gestegen, terwijl de scherpste toename van ongelijkheden wordt vastgesteld in … de Verenigde Staten. Wel, wel. De denktank merkte terloops ook op dat er zeer grote verschillen tussen de ontwikkelde landen bestaan en dat een al te ‘alomvattende’ conclusie dus gevaarlijk zou zijn. Dat laatste is zeker juist en pleit voor een gedifferentieerd regionaal, nationaal of lokaal beleid: het zou inderdaad onjuist zijn te beweren dat ‘de politiek niets kan beginnen’ tegen de pletwals van de globalisering.

Alles bij elkaar blijft de theorie van de olifant dus overeind, ook al heeft de nieuwe Jumbo een rondere rug en minder lange slagtanden dan zijn voorganger. In een interview dat Milanovic in maart van dit jaar gaf, werd hem gevraagd welk gevoel hij in het algemeen aan zijn conclusies overhield. Met de nodige humor verwees hij naar de Mémoires d'Outre-tombe: “Het te grote onevenwicht tussen levensomstandigheden en vermogens kon in stand worden gehouden zolang zij verborgen bleef. Zodra het onevenwicht aan het licht kwam, kreeg zij echter de genadeslag.” Chateaubriand schreef dit rond 1850 toen hij het over het Ancien Régime had. Goed gezien, mijnheer de burggraaf!