vrijdag 07 april 2017

Waarom we wakker moeten liggen van onze niet zo openbare financiën

In 1751 publiceren Diderot en d’Alembert, na allerlei obstakels en vertragingen, het eerste volume van een werk dat bepalend zou zijn voor de Europese geschiedenis: de Encyclopedie.

Door econoom Magali Van Coppenolle, specialiste financieel bestuur en lid van de Vrijdaggroep. Eveneens verschenen op Knack.be op 7 april 2017.

fridaygroup_de-niet-zo-openbare-financien.jpg In 1751 publiceren Diderot en d’Alembert, na allerlei obstakels en vertragingen, het eerste volume van een werk dat bepalend zou zijn voor de Europese geschiedenis: de Encyclopedie. De auteurs wilden kennis verspreiden ten dienste van de strijd der ideeën, niet alleen uit verzet tegen belangengroepen die kennis afschermen, maar ook om lezers zonder specialistische kennis te verlichten. Vandaag worden we onophoudelijk overspoeld door een zee van informatie en kan de problematiek van kennisverspreiding achterhaald lijken. Toch is er een domein waar er net te weinig informatie over beschikbaar is en dat net bij uitstek publiek zou moeten zijn: onze publieke financiën.

Financiële transparantie is cruciaal voor de werking van onze democratie. Burgers kunnen hun verkozenen immers vragen om rekenschap af te leggen, een toepasselijke uitdrukking in deze context. Dit betekent dat politici hun programma's en acties staven met cijfers en toetsen aan objectieve en vooraf vastgestelde criteria. De openbaarheid van de overheidsfinanciën is voorts essentieel om inzicht te krijgen in politieke uitdagingen, de haalbaarheid van nieuwe initiatieven en behoorlijk openbaar bestuur. En ten slotte zijn transparante overheidsfinanciën, nu de democratie zich verder openstelt, een must om burgers nauwer te betrekken bij het bestuur van hun samenleving.

In haar kruistocht om kennis te verspreiden vervulde de encyclopedie een dubbele missie: kennis fysiek toegankelijk maken in boekvorm en kennis intellectueel toegankelijk maken voor zoveel mogelijk mensen door te vulgariseren. Dankzij deze dubbele aanpak ontpopte de encyclopedie zich tot een efficiënt wapen voor massale democratisering. Het domein van de Belgische overheidsfinanciën lijkt echter maar moeilijk vatbaar voor vooruitgang. Werpen we een blik op hun transparantie, fysieke datatoegang, en vulgarisatie, dan blinken onze overheidsfinanciën uit in ondoorzichtigheid.

In België kadert de toegang tot financiële overheidsgegevens in een ruimer project om overheidsgegevens open te stellen. De federale initiatieven hinken echter achterop op onze Europese buren, hoewel het parlement de Europese richtlijn Overheidsinformatie uit 2013 omzette in 2016. Zo ontbreken meer dan een jaar na de inwerkingtreding van de wet nog steeds uitvoeringsbesluiten opdat belangrijke databronnen, zoals de patrimoniumgegevens van de FOD Financiën die kunnen dienen om het risico en bijgevolg de kosten van hypotheekleningen beter te evalueren, door privépersonen kunnen worden gebruikt.

Op andere vlakken gaat het dan wel de goede richting uit. Sommige steden zoals Gent en Brussel, of lokale besturen zoals de provincie Namen werken al naar Open Data toe. In 2016 lanceerde de federale overheid een nieuw portaal, Data.Gov.be, om federale gegevens te publiceren en de toegang tot data van federale en lokale entiteiten te bundelen.

Maar de grote afwezige in deze databanken blijven de overheidsfinanciën. Dat geeft de Federale overheid overigens zelf toe. In 2012 bevatte een nota van het overheidsportaal de volgende passage: "in België wordt de rijksbegroting gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Ze is ook te vinden op de website van de Kamer van volksvertegenwoordigers als juridisch document in pdf-formaat. […] Het gebruikte publicatieformaat maakt hergebruik van die openbare gegevens echter ingewikkeld." Vijf jaar later is het juridische begrotingsdocument in pdf-formaat nog altijd niet gepubliceerd in een formaat dat toelaat om federale begrotingsgegevens vlot te gebruiken en te analyseren. De FOD Financiën publiceert de overheidsinkomsten en -uitgaven wel gedeeltelijk. Een deel van deze data verschijnt in een formaat waarin je ze kunt gebruiken en analyseren, maar de recentste gegevens zijn nog steeds niet beschikbaar.

De website van de FOD Financiën en de site Begroting bevatten allebei pagina's met uitleg over de overheidsfinanciën. Deze uitleg is gestructureerd en in sommige gevallen uitgediept, maar absoluut ontoegankelijk als je geen boekhoudkundige en financiële achtergrondkennis hebt. De begrotingscijfers worden net zomin als de actuele uitgaven en ontvangsten gepubliceerd buiten de databanken en juridische documenten. Met andere woorden: deze kennis is niet toegankelijk voor wie niet ingewijd is in de overheidsfinanciën, zoals de meeste Belgische burgers.

Eenvoudige vragen, zoals hoeveel de federale overheid uitgeeft, moeten een eenvoudig antwoord krijgen dat verspreid en voorgelegd kan worden aan een groot publiek. De complexiteit van een thema als overheidsfinanciën mag een constructief, democratisch debat niet in de weg staan. Zeker omdat er tegenwoordig allerlei informatie- en communicatiekanalen bestaan om kennis tot bij het grote publiek te brengen. Er moeten doelgerichte inspanningen geleverd worden zodat iedereen een beter inzicht krijgt in onze nog niet zo openbare financiën. Om dit te realiseren is de inbreng van burgers natuurlijk wenselijk. Maar ook onze leiders moeten een tandje bijsteken: het gaat ten slotte over onze gegevens en ons geld.